Helpende handen

Regelmatig zit er op vrijdagavond bij mij een jong meisje op de trein die blind/slechtziend is. Ze neemt zelfstandig de trein, soms met een persoonlijk assistente en soms helemaal alleen. Na een paar keer met haar op de trein gezeten te hebben, viel het me op hoeveel mensen spontaan aanboden om haar te helpen. De conducteur die haar elke keer opnieuw naar een veilige plek op het perron brengt, de man die zo vriendelijk was zelf te wachten met uitstappen totdat zij de trein had verlaten en de broer die haar zo stevig omhelsde toen hij haar kwam ophalen. Als er op dat moment een assistente bij was, verdween zij naar de achtergrond. Ze was eigenlijk zelfs even niet meer nodig. Ik vond het heel mooi om te zien hoeveel helpende handen dit meisje kreeg. Door deze kleine dingen kan zij grote dingen verwezenlijken. Het moet voor haar vast niet evident zijn om alleen te reizen, maar dankzij haar moed en de hulp die ze krijgt van anderen lukt het haar toch.

d0a9ac6f7b3388b65641a69c589b3146

Bron: Healthythoughts.in

Julie.

 

Advertenties

‘Twee caramel macchiato, alstublieft.’

Een koffiebar binnenlopen en ons favoriete drankje bestellen, het is voor ons zo vanzelfsprekend dat we er waarschijnlijk helemaal niet meer over nadenken. Helaas is dit niet voor iedereen zo gemakkelijk. Ik begon hierover na te denken naar aanleiding van een artikel in de krant Het Laatste Nieuws. In onderstaand filmpje zien we het verhaal van een barista die geconfronteerd werd met een doof meisje dat er niet in slaagde alleen een koffie te bestellen. De vrouw was hiervan geschrokken en besloot met dit probleem aan de slag te gaan. Ze leerde zelf gebarentaal om haar klanten met een auditieve beperking in de toekomst beter te kunnen bedienen. De vrouw onderneemt dit vooral vanuit een religieus standpunt maar ook voor ons als orthopedagogen is het een mooi voorbeeld.

Meer specifiek is het een voorbeeld van een handelingsgerichte orthopedagogiek. De vrouw blijft niet bij de pakken zitten, maar onderneemt actie. Zij legt met haar project nadruk op de mogelijkheden van personen met een beperking in plaats van op wat zij niet kunnen. Want dat ze niet kunnen spreken en horen, wil niet zeggen dat ze geen taal kennen. Door zelf gebarentaal te leren, benadrukt zij de participatie van mensen met een (auditieve) beperking in de samenleving. We moeten niet gaan proberen de persoon te genezen maar wel nadenken over wat de persoon nodig heeft om ten volle te kunnen participeren in onze samenleving. Deze gedachte van inclusie heeft mij geraakt. Dit filmpje toont aan dat inclusie en respect voor anderen al met kleine dingen begint, zoals bijvoorbeeld met een koffie te kunnen bestellen. Zelfs die kleine dingen kunnen heel helpend zijn. Het is denk ik ook goed om eens stil te staan bij het feit dat sommige dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, dit voor anderen misschien niet zijn.

Schermopname (21)

Bron: Het Laatste Nieuws

Het filmpje kan je bekijken via de link: http://www.movingworks.org/project/follower/

Julie.

Mijn ervaring met jongeren met autisme.

Tijdens de lezing van Leni Van Goidsenhoven dacht ik terug aan een ervaring die ik opdeed tijdens mijn stage in het Buitengewoon Onderwijs. Zoals ik eerder al vermeld heb ik een blogpost, stond ik in een klas met leerlingen met autisme. Tijdens de lezing gaf Leni het voorbeeld van de blog ‘Tistje’ als manier van een man met autisme om zich te uiten. In de klas waar ik stond zag ik hier ook heel unieke voorbeelden van.

Ik merkte dat al deze jongens met veel in hun hoofd zaten, dat ze vanalles wilde vertellen maar dat dat jammer genoeg niet altijd even goed lukte. Daarom gebruikte zij creatieve manieren om hun gedachten, gevoelens, emoties, … die ze zo moeilijk onder woorden konden brengen te uiten. Een goed voorbeeld hiervan was T. Op een bepaalde moment was er in de klas een ruzie geweest. Aangezien ze maar met zes waren, was bijna iedereen betrokken. Het was voor mij als stagiair maar ook voor de andere leerkrachten heel moeilijk om met de jongens over dit conflict te spreken. T. kwam toen naar mij met een heel mooie tekening. Hij had elke leerling in de klas getekend, maar op een heel verschillende manier. Zo had de ene een geweer vast, de andere lachte vrolijk, … Toch hadden zij één ding gemeenschappelijk: ze zaten allemaal in hetzelfde vliegtuig. Ik vond dit heel mooi en sprekend. Hij kon op deze manier zijn wens communiceren om allemaal samen ergens voor te gaan. We hebben de tekening toen op het prikbord gehangen en op deze manier de samenhorigheid benadrukt. Deze manier van zich uiten was voor T. veel toegankelijker dan met woorden. Hij tekende graag en kon het ook goed, waardoor het hem op deze manier wel lukte zijn boodschap door te geven.2008-vliegtuigje%20met%20staart

Een ander voorbeeld was F. F. hield absoluut niet van de lessen ‘Hout’. Toen ze de opdracht kregen om een vliegtuig te maken, was hij dan ook absoluut niet gemotiveerd. Wanneer de leerkracht hem echter voorstelde iets te maken dat hij zelf graag zou willen, was hij meteen vertrokken. De week daarna had hij foto’s bij van een zwaar uit een videogame dat hij graag wilde namaken. We tekenden samen het ontwerp uit. Tot in het kleinste detail moest alles kloppen. Het was enorm fijn om te zijn hoe hij openbloeide en opeens veel liever naar de lessen ‘Hout’ kwam. F. uit hiermee heel goed zijn interesse voor dit onderwerp. Hierdoor kon hij iets maken dat echt ‘van hem’ was. Daarnaast leren we door het maken van zo’n uniek voorwerp, ook iets bij over zijn persoonlijkheid. We leerden dat hij ook een doorzetter kon zijn en veel creatief talent had.

Deze blogpost gaat eigenlijk ook terug naar mijn eerste bericht over differentiëren. F. is hier een zeer goed voorbeeld van. Door hem anders aan te pakken en zelf te laten kiezen wat hij graag wilde doen, slaagde de leerkracht erin hem opnieuw te betrekken bij het klasgebeuren. Hij had iets anders nodig dan de anderen, en door hem dat de geven liepen de dingen opeens veel beter. Dit toont aan hoe belangrijk kunnen differentiëren is en hoe het zowel voor de leerkracht als voor de leerling een voordeel kan zijn.

Julie.

‘Marriage should be between a spouse and a spouse, not a gender and a gender’ – Hendrik Hertzberg.

Naar aanleiding van het programma ‘Het Sterkste Netwerk’ op één, dacht ik afgelopen week verschillende keren na over het onderwerp homoseksualiteit. In het programma neemt Moora Vander Verken een kortfilm op waarin zij kust met een andere vrouw. De volgende dag luidde de kop van het krantenartikel in Het Laatste Nieuws als volgt: ‘Moora Vander Verken uit ‘Thuis’ kust erop los met vrouw.’. Meteen begonnen de reacties. Ze waren zeer uiteenlopend. De ene vond er absoluut niets mis mee en stelde dat dit hoort bij de moderne tijd waarin wij leven, de andere vond het een schande. Dit riep bij mij de vraag op: Hoe denk ik daar eigenlijk zelf over?

Voor mij persoonlijk maak het helemaal niets uit of iemand nu hetero, homoseksueel, lesbisch of biseksueel is. Ik ben op deze manier grootgebracht en wil dit later ook graag aan mijn eigen kinderen doorgeven. Volgens mij hoort dit onderwerp ook niet speciaal bij ‘onze moderne tijd’. Er waren altijd al mensen die op iemand van hetzelfde geslacht vielen. Alleen was het voor hen veel moeilijker of zelfs bijna onmogelijk om uit de kast te komen. Mijn ouders vertelden vroeger vaak verhalen over kennissen van hen die gewoonweg aan de deur gezet werden als ze dit thuis zouden durven vertellen. Vroeger moest iedereen gewoon met iemand van het andere geslacht trouwen en kinderen krijgen, punt. Ik denk dat dit jammer genoeg al heel veel gezinnen kapot heeft gemaakt, wanneer je later als volwassene toch moet toegeven nooit écht van je partner gehouden te hebben. Daarom en omwille van nog ontelbaar andere redenen, vind ik dat hat taboe rond dit onderwerp in onze samenleving moet verdwijnen. Ondanks mijn open houding ten aanzien van dit onderwerp, maak ik mij daar zelf ook nog steeds schuldig aan. Wanneer ik twee vrouwen hand in hand zie lopen of zoals in de film van Moora Van der Veken zie kussen, roept dit bij mij toch nog altijd een gevoel van verbazing en nieuwsgierigheid op. Gewoon doordat het in onze samenleving nog steeds als ‘ongewoon’ wordt gezien. Volkomen onterecht als je het mij vraagt maar toch vind ik het ergens in mezelf ook terug. Ik ben blij dat België op vlak van gelijke rechten voor holebi’s al vrij ver staat. Zo waren wij het tweede land ter wereld (na Nederland) dat het homohuwelijk goedkeurde. Want zoals de titel van dit artikel het stelt, het huwelijk moet iets zijn tussen twee geliefden. Dat is waar het huwelijk voor staat. Of dat nu twee mensen van hetzelfde geslacht zijn of niet, dat verandert daar voor mij niets aan.

prinses1

Vanwege dit gegeven, namelijk dat holebi zijn nog steeds een stuk als ‘abnormaal’ wordt gezien, vind ik initiatieven zoals bijvoorbeeld de Gay Parade en Mask’ara (een comedy-show gebracht door travestieten) heel goed. Op deze evenementen kunnen mensen echt een keer helemaal zichzelf zijn. Iedereen wordt op zo’n moment geconfronteerd met de discussie hierrond en velen gaan er eens bewust over nadenken. Het choqueert mensen en schudt ze wakker. Ik denk dat je deze initiatieven ook kan zien als een vorm van ‘self-advocacy’ van mensen met een andere geaardheid. Zij komen op voor hun rechten en tonen wie ze écht zijn. Ze krijgen letterlijk en figuurlijk een stem. En zoals onderstaande cartoon het heel mooi duidelijk maakt: wie is er nu eigenlijk het echte probleem in deze discussie?

IMG_5459 (2)

Julie.

‘Put racism in the right place.’

Onderstaand filmpje van een Portugese anti-racisme campagne liet bij mij een diepe indruk na. Ik denk dat het een heel mooie manier is om naar racisme te kijken. In plaats van de persoon die ‘anders’ is in een negatief daglicht te plaatsen, wordt hier zeer duidelijk gemaakt dat de persoon die racistisch is de enige persoon is die negatief bekeken moet worden. Dit is een proces van ‘othering’. We gaan anderen als ‘anders’ bekijken.

Ik denk dat dit een zeer actueel thema is, gezien de huidige vluchtelingenproblematiek in België. We worden geconfronteerd met een hele groep mensen die we niet kennen en waarvan we niet weten wat zij van ons verwachten, of wat wij van hen kunnen verwachten. Ik moet toegeven dat ook ik rond dit thema met ongerustheid zit. Er wordt in de media heel wat kwaad gesproken over vluchtelingen en dat vind ik eigenlijk heel erg. Deze mensen hebben een heel lange en gevaarlijke reis achter de rug om aan hun hachelijke situatie  in hun thuisland te ontsnappen. Daarom denk ik dat dit filmpje een meerwaarde kan bieden: Iedereen heeft recht op een plek, op veiligheid en iedereen moet gerespecteerd worden voor wie hij/zij is.

Julie

‘Differentiëren, moet dat nu écht?’ Ja dat moet…

1 september 2015. Het M-decreet treedt in werking in alle Vlaamse scholen. Naar aanleiding daarvan, luidt de titel van het Klasse magazine als volgt ‘Differentiëren, moet dat nu écht?’. Mijn antwoord hierop is kort en krachtig: ja dat moet! Dat zijn we verplicht. Toen ik het boekje op tafel zag liggen, trok het meteen mijn aandacht. De cover van het magazine raakte me omdat het een thema is waar ik in het dagelijks leven ook veel mee bezig ben. In dit blogbericht wil ik het dan ook hebben over waarom dit, volgens mij, zo belangrijk is.

Naamloos

We leven in een diverse samenleving, waarin diversiteit een modewoord is. Dit wordt mooi geïllustreerd door bovenstaande afbeelding. Overal waar we kijken zien we diversiteit. Op de bus, op de straat, in onze families en nu dus ook op de schoolbanken. Net hierdoor is het streven naar inclusie zo belangrijk. Men wil uitgaan van de gelijkheid tussen mensen. Iedereen heeft het recht op ‘belonging’ in de samenleving. Dit gaat verder dan zomaar ‘er zijn’. Het gaat over relaties aangaan met mensen, om participatie en de kans om deel te nemen aan de maatschappij. Vanuit deze gedachte van inclusie komt het M-decreet voort. Ieder kind heeft het recht om onderwijs te volgen in de school waar hij/zij naartoe wilt gaan. Het is dan aan de school om redelijke aanpassingen door te voeren. Dit brengt ons naar de kern van dit artikel, namelijk differentiëren.

Toen ik vorig jaar stage liep in het Buitengewoon Secundair Onderwijs bij jongeren met autisme was dit één van eerste dingen die me opviel. Ondanks het feit dat alle jongeren in de klas dezelfde diagnose hadden, was de aanpak totaal verschillend. Deze school, en waarschijnlijk het merendeel van de scholen Buitengewoon Onderwijs, was hét toonbeeld van wat differentiëren is. De ene leerling had nood aan een zeer gestructureerde manier van lesgeven, de ander voelde zich beter als hij zelf de touwtjes in handen kon nemen. Naarmate ik langer in de klas stond, leerde ik de jongens beter kennen en wist ik steeds beter welke aanpak het beste werkte. Hier werd voortdurend op ingespeeld. Ik denk dat een grote uitdaging zal zijn in het inclusieve onderwijs. Want dan heb je in je klas niet alleen kinderen met bijvoorbeeld autisme, maar mogelijk ook leerlingen met gehoorproblemen, een gedragsstoornis, enzovoort. Allemaal hebben ze andere dingen nodig en vragen ze ondersteuning. Je moet als leerkracht dan voortdurend inspelen op de verschillende kenmerken van je leerlingen. Toch komt vanuit het artikel in Klasse naar voren dat onze Vlaamse leerkrachten in het inclusieve onderwijs het eigenlijk wel goed doen op dit vlak. Er worden verschillende voorbeelden gegeven van leerkrachten die vertellen hoe zij differentiëren in hun klas.

‘Differentiëren betekent echt naar je leerlingen kijken.’, ‘Differentiëren lukt ook voor starters.’ en ‘Differentiëren is niet louter leerlingen individueel laten werken, want kinderen zijn in se sociale wezens.’. Een paar zeer mooie quotes die leerkrachten in het inclusief onderwijs lieten noteren.

Voor iedereen die geïnteresseerd is in dit onderwerp, het Klasse magazine van september 2015 is een echte aanrader!

Julie.