Reflectie

Voor deze opdracht kwamen we in contact met enkele fundamentele uitgangspunten van Disability Studies, het orthopedagogisch werkveld, onze omgevingen en voornamelijk met onszelf. We gaan voornamelijk in op verschillende thema’s en hun belangen voor de samenleving en mensen. Eén van de hoofdthema’s is ‘sociale constructen’. Vragen als ‘Wat is normaal?’, ‘Wat is mooi zijn?’, ‘Wat is geluk?’,… vormen hier een duidelijk voorbeeld van. Er bestaat geen correct antwoord op deze vraag en iedereen geeft hiervoor een eigen invulling. Dit is vaak het geval bij onderwerpen die zich kaderen binnen Disability Studies. Eigenlijk is het overbodig om deze vragen te stellen. Wat als ‘normaal’ wordt gezien is geconstrueerd door de samenleving maar kan door elke persoon anders geïnterpreteerd worden. Door mensen als ‘normaal’ of ‘niet normaal’ te labelen creëren we uitsluiting. Dit hebben we aan de hand van onze blogberichten willen duidelijk maken.

Daarnaast kwam ook het thema mensenrechten aan bod. Ondanks het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een beperking zien we in het dagelijkse leven nog enkele valkuilen. De beginselen van participatie, autonomie, inclusie en gelijkheid van mensen zijn al mooi in theorie maar worden in de praktijk en het dagelijkse leven vaak in het nauw gedreven. Voorbeelden die hierbij aansluiten zijn de filmpjes ‘Put racism in the right place.’ en ‘Zakenman gooit gehandicapte in kanaal omdat hij per ongeluk zijn auto aanraakte’.

Een ander thema dat aan bod kwam, draaide rond de vragen ‘Wat is een Beperking ?’. Ons respect was al groot en is nogmaals toegenomen doorheen de jaren van onze studie. Personen met een beperking moeten sterk in hun schoenen staan binnen onze samenleving. Maar wat verstaan we onder een ‘beperking’? Het voorbeeld ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van ’t hele land?’ zet deze vraag voor even aan de kant.

Tijdens het invullen van deze opdracht, werden we steeds meer alert voor situaties die voor ons als confronterend werden ervaren. Het gaat dus niet enkel over het orthopedagogisch handelen maar ook over het blootleggen van structurele problemen. Het blootleggen van en inspelen op dergelijke structurele problemen biedt een meerwaarde voor de samenleving. Bijvoorbeeld de spiegel en de lavabo die lager hangen in de toiletten voor personen in een rolstoel. Ook de winkelwagen van Beatrice is een aanvulling voor het orthopedagogisch werkveld en de maatschappij.

Enkele thema’s sluiten zich nauw aan bij onze omgeving en onszelf. Het voorbeeld van het meisje dat enkele dagen gesluierd door het leven ging, de ervaringen met mensen die ons op ons ongemak doen voelen,… De opdracht doet dus niet enkel onze ogen open voor de actualiteit maar ook voor onze eigen leefwereld en welke plaats we hier in nemen. We zijn geshockeerd van wat mensen elkaar soms aan doen. Hierin klinkt de ethiek door. Het laatste thema dat we dus nog kunnen definiëren is de relationele ethiek.

Doorheen het maken van deze opdracht merkten wij allemaal dat we onze omgeving veel nauwlettender in de gaten gingen houden. We hadden aandacht voor dingen die we voordien misschien niet eens zouden zien gebeuren. Regelmatig gingen we hierover met elkaar in gesprek en leerden we van elkaars visie op de dingen. Bovendien gingen we onze omgeving ook anders bekijken en ondervonden we dat je mensen niet te snel mag beoordelen. Je weet immers nooit wat er achter het zichtbare gedrag van een persoon schuilgaat. Dit werd ons vooral duidelijk vanuit het blogbericht van Ella Maria over S. die als experiment gesluierd door het leven ging. Wij waren allemaal geschrokken van de reacties die zij kreeg en daar zijn we nog lang samen over blijven spreken. Het heeft ons wakker geschud en ons laten nadenken over de manier hoe wij kijken naar anderen. Alleen al het stellen van deze vraag zorgde ervoor dat we onze omgeving op een andere manier gingen bekijken. We hebben allemaal geschreven over dingen die ons ‘orthopedagogisch hart’ sneller doen slaan, die ons verbazen en doen nadenken. De verontwaardiging die wij hierbij voelen is vaak de drijfveer om erover te schrijven en is soms zelf letterlijk te lezen in onze blogberichten.

Daarnaast werd het doorheen de opdracht voor ons ook gemakkelijker om te schrijven over bepaalde zaken. We zagen op het einde dat we ruimer begonnen te denken. We vonden het zelf wel allemaal belangrijk om onze blogberichten te kaderen. Eens we begonnen met schrijven leek het alsof we soms niet meer konden stoppen. Dit zorgde er vaak wel voor dat een blogbericht veel groter uitviel dan dat we in onze gedachten hadden. Zoals eerder vermeld bespraken we ook deze berichten, niet alleen met elkaar maar ook met mensen uit onze omgeving. Dit zorgde soms voor boeiende discussies aan de eettafel, op de trein of op een avondje uit. Het was een opdracht dat ervoor zorgde dat we aandacht kregen voor bepaalde zaken die we anders snel over het hoofd zouden zien. Het zou een oefening zijn dat iedereen wel eens zou moeten maken omdat je dan pas merkt hoe groot het domein van Disability Studies is en hoe vaak bepaalde dingen voor ons zo vanzelfsprekend is, maar voor andere personen niet.

De volledige groep

Helpende handen

Regelmatig zit er op vrijdagavond bij mij een jong meisje op de trein die blind/slechtziend is. Ze neemt zelfstandig de trein, soms met een persoonlijk assistente en soms helemaal alleen. Na een paar keer met haar op de trein gezeten te hebben, viel het me op hoeveel mensen spontaan aanboden om haar te helpen. De conducteur die haar elke keer opnieuw naar een veilige plek op het perron brengt, de man die zo vriendelijk was zelf te wachten met uitstappen totdat zij de trein had verlaten en de broer die haar zo stevig omhelsde toen hij haar kwam ophalen. Als er op dat moment een assistente bij was, verdween zij naar de achtergrond. Ze was eigenlijk zelfs even niet meer nodig. Ik vond het heel mooi om te zien hoeveel helpende handen dit meisje kreeg. Door deze kleine dingen kan zij grote dingen verwezenlijken. Het moet voor haar vast niet evident zijn om alleen te reizen, maar dankzij haar moed en de hulp die ze krijgt van anderen lukt het haar toch.

d0a9ac6f7b3388b65641a69c589b3146

Bron: Healthythoughts.in

Julie.

 

Meisje

Al vijf jaar lang sta ik met veel plezier elke zondag ochtend op om leiding te staan bij de scouts in ons dorp.

Vorig jaar was ik leiding bij de kabouters, dit zijn meisjes van het derde tot het vijfde leerjaar. In het begin van het jaar kregen wij een bijzondere vraag van een ouder. Ze vroeg of haar dochter ook niet kon komen naar de scouts op zondag, ze vertelde er wel bij dat haar dochter een beperking had. We moesten het van haar eens bespreken met de leidingsploeg en vervolgens iets laten weten.

Ikzelf was een grote voorstander om het meisje te laten meedraaien in de scouts. Mijn papa is directeur van een kleuter- en lager onderwijs en het meisje gaat bij hem naar het school. Ik kende dan ook van de verhalen van mijn papa wat de vele mogelijkheden waren van haar.

Als leidingsploeg hebben wij er eigenlijk niet lang bij stilgestaan en het meisje de kans gegeven. We waren met genoeg leiding om het meisje te kunnen ondersteunen waar het nodig was. We hebben ook met de ouders gepraat en afgesproken hoe we het gingen aanpakken. Zo lieten wij elke maandag weten wat ons programma was, zodat de ouders ook konden inschatten aan welke activiteiten ze kon deelnemen of niet.

Toen het meisje voor de eerste keer naar de scouts kwam zagen we echt pretlichtjes in haar ogen. Voor het eerst kon ze mee gaan spelen met haar vriendjes op de scouts. Ze had al jaren gehoord over hoe leuk de scouts wel was maar nooit de stap durven zeggen. Het maakte ons ook heel gelukkig om te zien hoeveel plezier ze wel niet had in de scouts.

De scouts was ook een plek voor haar om toch het onderste uit de kan te halen. Als we op weekend waren gingen we naar een speeltuintje wandelen. De wandeling was voor ons redelijk kort, maar voor haar een hele uitdaging. Toen we later vertelde aan haar ouders dat het wandelen heel goed ging, verschoten ze er wel van. Dit waren dingen die ze nog nooit had gedaan.

Ik ben blij dat we als scouts dit kind hebben omarmd. Maar dit laat mij dan ook weer verder nadenken over onze leden. Onze leden zijn vaak van dezelfde school , zelfde godsdienst, zelfde sociale economische afkomst. Er zit niet veel diversiteit in. Als scouts willen we ook echt openstaan voor leden die het thuis niet zo makkelijk hebben, die geloven in een andere God,.. Maar op één of andere manier spreken we deze leden toch niet aan.

Ergens vind ik dit heel jammer aangezien het ook voor deze kinderen een uitlaadklep kan zijn om naar de scouts te gaan. Om zich te amuseren met andere kinderen van hun leeftijd. Om ook daar dingen bij te leren maar ook hun grenzen te verleggen. Ik denk dat de kinderen die hier het meeste nood aan hebben vaak niet in een jeugdbeweging zitten. Misschien is die drempel toch weer iets te groot, misschien hebben ze geen weet van deze jeugdbewegingen of schrik voor het onbekende.

Door het meisje bij onze jeugdbeweging toe te laten zie ik wel dat de gedachte gang van sommige leiders is verandert. Vaak hebben we te veel schrik voor het onbekende en houden we de boot af. Maar af en toe moeten we eens een sprong wagen.

‘In het land der blinden, is eenoog koning’

Zoals ik al vertelde in een ander artikel, kijk ik op een andere manier naar de dingen en denk ik soms al eens verder na over bepaalde zaken.

Zo stond in deze week in een vrij lange rij aan de toiletten in de Blandijn faculteit terwijl ik eigenlijk heel dringend naar de wc moest. Het ging heel traag vooruit en de deur van de wc voor mensen met een beperking stond wagenwijd open naar mij te lonken. Na enige twijfel stapte ik deze wc binnen.
Toen ik mijn handen wou wassen keek ik uit gewoonte recht voor mij uit. Ik verwachtte namelijk een spiegel voor mij te zien hangen, maar dit was niet helemaal het geval. De spiegel hing er wel, alleen hing deze lager, namelijk op de hoogte van mijn heupen. Op dat moment besefte ik ineens ook dat de lavabo lager was. Dit is natuurlijk heel logisch, want mensen met een rolstoel leven als het ware op een andere ooghoogte dan mensen die niet in een rolstoel zitten.

WC

Dit deed mij eigenlijk opnieuw reflecteren over wat wij als de norm zien. Het is pas op het moment dat je omgeving niet aangepast is op jou, dat je hierover begint na te denken. Want ik kon mezelf niet zien in deze lage spiegel en ik vond dit eerst raar. Hoe voel je u dan als je vaak geconfronteerd wordt met zaken die niet op jou zijn afgestemd? En dan heb ik het natuurlijk niet alleen over mensen die in een rolstoel zitten.

Dit deed mij eigenlijk een beetje denken aan het zinnetje ‘In het land der blinden, is eenoog koning.’ Want hoewel ik eigenlijk in deze context ‘beperkt’ was, zou dit voor een persoon in een rolstoel net ‘normaal’ zijn.

Ella Maria

Pita avond

Dit jaar ben ik jinleiding bij onze scouts in het dorp. De jins gaan dit jaar op buitenlandskamp naar Polen. Om de prijs toch redelijk te houden organiseren we doorheen het jaar verschillende activiteiten. Hierbij vergeten we ook niet om ons gewoon af en toe ook te amuseren en niet alleen te werken.

De maand oktober was voor ons redelijk druk, het eerste weekend hadden we een jincafé georganiseerd,  hebben we een klopjacht gehouden met de jins, zijn we op leidingsweekend geweest en hebben we de maand afgesloten met een pita avond.

Bij onze evenementen proberen we zoveel mogelijk volk aan te trekken; buren, vrienden, familie, ouders van leden,oudleiding,… Een oudleiding van onze scouts werkt met mensen met een beperking en had aan ons gevraagd of ze een paar gasten mocht meenemen naar onze pita avond. Als leiding en jins vonden we dit een heel leuk idee!

Zo gezegd , zo gedaan. De oudleiding kwam met 9 personen pita eten bij onze pita avond. Op de avond zelf kregen we een telefoontje met de vraag of er nog een paar extra mensen mochten komen. Ineens wou iedereen van de leefgroep mee pita komen eten.

Ze kwam rond 17.15 aan met de eerste gasten.Om tot onze lokalen te komen moet je aan de straatkant nog een klein padje nemen naar achter waar onze lokalen gelegen zijn. We hadden er voor gezorgd dat de dubbeldeur open was zodat “de mannen” makkelijk met de rolstoel binnen konden en we hadden een tafel voorzien dicht bij de ingang. De eerste mannen kwamen aan en werden naar hun plaats gebracht. Toen vertrok ze terug om de rest van de groep mee te helpen uitladen uit de bus. Een halfuur later zat iedereen eindelijk aan tafel.

Ondertussen was ook het ander volk aan het binnenstromen. Deze groep kreeg natuurlijk veel aandacht van deze personen. Het is iets wat je niet snel te zien krijgt op een pita- , spaghetti- ,.. avond van een scoutsgroep. Het is een doelgroep dat vaak niet bereikt wordt.

Het brengen van de pita en het drinken naar deze tafel ging vlot. Voor sommige personen moest de pita klein gesneden worden met veel saus, de meeste dronken ook uit een rietje. De begeleiders hielpen de mannen verder met eten en aten af en toe zelf een stukje pita. Toen ze klaar waren om te vertrekken waren we ondertussen al makkelijk een uur verder. Het wegbrengen van de gasten duurde natuurlijk weer een halfuur. In kleine groepjes werden de mannen begeleid en gingen ze naar de bus.

We hebben heel veel positieve reacties gekregen op het feit dat ze aanwezig waren. Veel mensen vonden het leuk te zien dat dit natuurlijk ook kon!

Een dag later kregen we een mail van de oudleiding met de melding dat “de gasten” het echt goede pita vonden en enorm hebben genoten van de avond. Daar kunnen wij als leiding alleen maar gelukkig van worden.

Wat voor ons zo vanzelfsprekend lijkt is voor deze personen vaak niet het geval. De verplaatsing en het eten neemt bij hen veel meer tijd in beslag. We zagen ook wat voor een organisatie het vraagt aan de begeleiders om te kunnen komen naar deze avond. Ze moeten vroeg beginnen met het klaarmaken van ” de gasten” om te vertrekken, om ze naar de lokalen te brengen en te helpen met het eten. Ik heb dan ook alleen maar respect voor de begeleiders die zijn mee geweest, zij hebben er voor gezorgd dat ze eens uit de leefgroep weg waren.Voor deze gasten was het een heel avontuur en een hele plezante avond!

Say Yes

Deze zomervakantie ben ik als inclusiemoni meegeweest op een kazouvakantie in Massembre. Op deze manier kon dit jaar T.D. – een zestienjarige jongen met het syndroom van down – meegaan op een reguliere vakantie van 13-14 jarigen.

.01c83f36c6a6182ce2140f6741e60732c412130ba5

Paar weken geleden kregen we in onze faceboekgroep van deze vakantie een vraag van T.D. of we het filmpje ” Say Yes” niet wilden delen met iedereen. Dit hebben we dan natuurlijk met veel plezier ook gedaan. Hieronder kan je zelf het filmpje bekijken.

 

Het filmpje maakt duidelijk dat een simpel woord een groot verschil kan maken voor een persoon. Door “Ja” te zeggen op bepaalde vragen en wat extra inspanningen te doen kan je er voor zorgen dat deze kinderen, jongeren en volwassenen gewoon kunnen participeren in onze maatschappij.

Ik ben heel blij dat kazou “Ja” zegt op bepaalde vragen en een extra monitor meestuurt op vakantie zodat deze jongeren de vakantie kunnen doen die ze graag willen doen. Het maakte mij ook blij om te zien dat de andere kinderen T.D. opnamen in de groep alsof het niets was. Inclusie is voor mij een heel belangrijke waarde en probeer dit dan ook zoveel mogelijk te ondersteunen!

Ik zeg met heel veel plezier “JA” op inclusie!

 

 

‘Twee caramel macchiato, alstublieft.’

Een koffiebar binnenlopen en ons favoriete drankje bestellen, het is voor ons zo vanzelfsprekend dat we er waarschijnlijk helemaal niet meer over nadenken. Helaas is dit niet voor iedereen zo gemakkelijk. Ik begon hierover na te denken naar aanleiding van een artikel in de krant Het Laatste Nieuws. In onderstaand filmpje zien we het verhaal van een barista die geconfronteerd werd met een doof meisje dat er niet in slaagde alleen een koffie te bestellen. De vrouw was hiervan geschrokken en besloot met dit probleem aan de slag te gaan. Ze leerde zelf gebarentaal om haar klanten met een auditieve beperking in de toekomst beter te kunnen bedienen. De vrouw onderneemt dit vooral vanuit een religieus standpunt maar ook voor ons als orthopedagogen is het een mooi voorbeeld.

Meer specifiek is het een voorbeeld van een handelingsgerichte orthopedagogiek. De vrouw blijft niet bij de pakken zitten, maar onderneemt actie. Zij legt met haar project nadruk op de mogelijkheden van personen met een beperking in plaats van op wat zij niet kunnen. Want dat ze niet kunnen spreken en horen, wil niet zeggen dat ze geen taal kennen. Door zelf gebarentaal te leren, benadrukt zij de participatie van mensen met een (auditieve) beperking in de samenleving. We moeten niet gaan proberen de persoon te genezen maar wel nadenken over wat de persoon nodig heeft om ten volle te kunnen participeren in onze samenleving. Deze gedachte van inclusie heeft mij geraakt. Dit filmpje toont aan dat inclusie en respect voor anderen al met kleine dingen begint, zoals bijvoorbeeld met een koffie te kunnen bestellen. Zelfs die kleine dingen kunnen heel helpend zijn. Het is denk ik ook goed om eens stil te staan bij het feit dat sommige dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, dit voor anderen misschien niet zijn.

Schermopname (21)

Bron: Het Laatste Nieuws

Het filmpje kan je bekijken via de link: http://www.movingworks.org/project/follower/

Julie.